Nooit een distel tegenspreken
“Ben ik de enige hier, die nog bloeit,” vroeg ze, toen ik langsliep. Nog voor ik kon zeggen dat er twee kilometer verderop nog een paar distels stonden te bloeien, siste ze geprikkeld: “Kijk, rond dan! Nu! Zie je een plant die zo mooi bloeit als ik?” “Nee,” antwoordde ik. “Nee, zeker niet.” Ze zuchtte tevreden. De zon brak een minuutje door, daar was ze heel blij mee. Dus liep ik maar snel door. Nooit distels tegenspreken!