Buizaards in de regen
Nog maar net de N229 over of een buizerd glijdt achter een haas aan over het land. De haas was van mij geschrokken. De buizerd zag iets rennen en dacht: “Ik ben toch een roofvogel, laat ik dan maar iets roven.” Buizerds openen de zomerstilte met hun ‘giek, giek’ hoog in de lucht. Meestal samen met een jong dat van de ouders leert vliegen. Mijn jongste zoon en ik keken er graag naar. Hij noemde het buizaards. Dat is ook een mooie naam. Hij heeft vorige week ons hek langs de Kromme Rijn geschilderd. Hij heeft hier nooit gewoond, maar nu maakt hij deel uit van dit huis. Zijn hek, ik zie hem er aan hangen in de zon met die onweerstaanbare lach van hem. Wij lopen ook graag samen in de regen. Of althans dat deden we. Dan zongen we liedjes, zelfgemaakte liedjes. Een liedje ging: “wij zijn de poepzakjes, de poepzakjes...” en daarbij droegen we mutsen die we van poepzakjes hadden gemaakt. En we liepen achter een van zijn honden aan. Het andere liedjes was: “Meisjes zijn b...