De juffrouw bloeit

 De mevrouw die voor ons hier woonde, was een juffrouw. Een juffrouw is een ongetrouwde mevrouw. Een mevrouw heeft iets burgersjieks. Het staat hoger dan een vrouw zomaar. Zou je tegen je eigen man ‘meneer’ zeggen? Of je eigen vrouw met ‘mevrouw’ aanspreken. Nee, een butler zegt ‘mevrouw’, ook tegen jouw vrouw, behalve als die zegt: ‘personeel en leveranciers achterom’. 


Evenzo een juffrouw. Kinderen zeggen vaak juffrouw tegen mevrouwen op de kleuterschool. Dat had wel wat grappigs. Zo’n snotgevalletje dat met een vinger omhoog aandacht van de mevrouw vraagt en alsmaar juffrouw roept. Voordat mevrouwen mevrouwen, of toch gewoon jouw vrouw, worden, zijn ze juffrouwen. En juffrouwen zijn vaak, om wat te doen te hebben of te oefenen voor het mevrouw zijn, een soort van onderwijzers. Niet echt natuurlijk, het onderwijs is een serieuze zaak dat door mijnheren wordt beoefend, echter het snotterige gedeelte wordt door de mijnheren graag aan de juffrouwen overgedaan. Zo en niet anders ontstond de juf, een wat platvloerse bargoense versie van juffrouw. Let op, juf, met een f, niet juffrouw met twee. Geen idee hoe dat tot stand is gekomen, doe een gok: Eigenlijk komt juffrouw van twee mannen die beiden hun vrouw niet wilden en die aan elkaar trachtten te slijten. ‘Nee, ik echt dat is jouw vrouw’, in het bargoens je vrouw. Plat juvrouw, beetje Hazes erbij, jufrouw en weer sjiek gemaakt juffrouw. 

Oh, heerlijk, zo op zaterdagmiddag in de tuin wat mijmeren. De tuin die vroeger dus van een echte juffrouw was, die echt op alle snotgevallen van dit dorp heeft gepast. En die dat net iets te lang deed. Als je als juffrouw erg lang juffrouw bent dan bestaat de kans dat je dat de rest van je leven moet blijven. 

De juffrouw nu, stak vele struiken en menig bloembol in de tuin, waar ik nu in vermei. Echter voor wij de tuin kochten, had een erfneef, eigenlijk een  beërfdeneef, bedacht dat de verkoop van deze tuin met huis en al sneller zou gaan als hij alle planten er uit zou trekken (dat is dus een erfzonde) en er kaal gras op zou leggen. 

De tuin die vroeger van de juffrouw was, is nu van ons en staat inmiddels boomvol. Dat is onze eigen schuld. Een complete bongerd in een voortuintje. Maar vanaf dag één zagen we hier en daar de eenzame bladen van bloeiloze resttulpen. Erftulpen. Dat is zielig. En je weet het gedoemd. Wie tuiniert, weet dat tulpen afnemen. Nooit toenemen. Eenmaal geen bloem, nooit meer een bloem.

Dat moet de juffrouw ook hebben gedacht. Nooit gebloeid, zullen we maar zeggen. Zo was het voor juffrouwen vroeger. Nu geloof ik, dat onze juffrouw inmiddels veilig en al lang daarboven, toch spijt heeft gekregen van dat bloeiloze leven. En misschien heeft de Almachtige haar wat verlicht! Ze heeft een wonder laten gebeuren. In onze tuin bloeien plots zeven tulpen. Klassieke tulpen. Twee rode tulpen, vijf gele. Gewoon enkelblads, gewoon ouderwets ongelooflijk mooi. Die perfecte kom, als de perfecte schoot. De schoot van de juffrouw bloeit.

 Het Angelus heeft net geslagen. De avonden zijn fris nog buiten maar dat betekent dat de juffrouw morgen ook nog wat zal bloeien. Morgen en ieder voorjaar weer, als zij dat wil. Van ons mag dat, juffrouw, en we zullen er graag van houden.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Buizaards in de regen

“Goedemorgen anemoon,”

Heen- en weerspoor